Welkom op mien webstee

Mijn jeugdjaren

 
 
 
Mijn vijf jaar oudere zus 
 

 
 

  
 
 
 en ik
 
 

 
 hebben we een groot deel van onze kinderjaren doorgebracht 
 
 
 
 
 aan de Hoendiepskade te Groningen  

 
 
 
  
 
 
 

woonomgeving jaren '50

De mensen die eertijds aan de Hoendiepskade woonden waren van allerlei komaf; zoals een dominee, enkele architecten, de gemeentearchivaris Schuitema Meijer, gezinnen met kinderen en ouderen zonder kinderen, een arts

 Er voeren schepen, die kwamen om te laden of te lossen bij de graanpakhuizen en er werd zelfs nog met paard en wagen gereden om het gemalen graan weg te brengen.

Lang geleden is dit gedeelte v/h Hoendiep gedempt en de woonomgeving is daardoor totaal veranderd. 

Nu is er de verkeersdrukte en wonen er studenten.

Hieronder de Groninger stratenlijst (klik o/d foto) en een Youtube clip vanaf de Hoendiepskade. 

 

 

 Groninger stratenlijst


 
 

 
 

woonomgeving nu

t

School


Wij gingen naar de school met de Bijbel, de Rehobothschool, deze was gevestigd in de H.W Mesdagstraat 27 te Groningen.  

Het was een school met hoge ramen .

Beneden zaten de klassen 1 t/m drie en boven de klassen 4 t/m 6

De hoofdmeester meneer Hoogsteen woonde met zijn gezin boven de school 

(thans is het een wijkcentrum) 

 

 

Ik zat in de klas bij juffrouw Roelfsema,  een oudere juffrouw  

 die,  als je niet netjes genoeg schreef, je een flinke tik over je vingers gaf met haar "toverstokje" .

*** 

 

Mijn zus zat in de klas van meneer Broekema, die door de kinderen meneer  "Boksem"  werd genoemd.

Als mijn zus het bij ons thuis over haar schoolperikelen  had dan viel ook steevast de naam Boksem.

Toen mijn moeder op een dag een gesprek wou met haar leraar

vroeg zij of de heer Boksem misschien ook aanwezig was. 

 

 

even een boodschapje doen voor m'n Moe

Soms moesten wij voor onze Moe even een boodschapje doen. 


Ik zou een jaar of 8 à 10 zijn geweest, toen ik op een dag, tegen mijn zin,  een brood halen moest halen.  

Ik liep in mijzelf te mopperen langs het water van de  Westerhaven, waar toen nog  schepen lagen afgemeerd.

(nu parkeergarage en mediamarkt)

 

 

 


Hoe het precies gebeurde weet ik niet maar opeens kwam ik tot het besef dat ik in het water lag.

Ik had daar weleens over gedroomd en dacht, dat dit nu ook het geval was;

maar ik was tussen de afgemeerde boten en de wal in het water terecht gekomen.

Gelukkig droomde de schipper niet ; want toen hij een plons hoorde

ging hij voor de zekerheid maar even kijken en heeft mij uit het water gevist en

"dwarsdeurnat op de pakjedroager van z'n fietse" naar huis gebracht.

 

zondagsschool

 

Ook gingen wij naar de zondagsschool van het Leger des Heils in de Moesstraat 


 voormalig korps Groningen Noord (wit gebouw)

 

 

De zondagsschool werd gehouden in de "korpszaal" en de kinderen zaten in leeftijdsgroepjes bij elkaar.

Men noemde dat  "klasjes" ; zo waren er b.v. een kleuterklas, een platenklas en voor de oudste kinderen een Bijbelklas.

Er werd wel tezamen gezongen en gebeden maar elk "klasje" had zijn eigen Bijbelverhaal.

De kleuters waren overigens apart gehuisvest in het nabij gelegen speeltuingebouwtje in het Noorderplantsoen.

 

 

*


Voor de kinderen die regelmatig de zondagsschool bezochten was er 1x per jaar een boekenuitreiking.

Uit een boekenlijst mocht je zelf een keuze maken. In  het boek werd een etiket geplakt met je naam en de prijs die je voor het zondagsschoolbezoek had gekregen.  

Bijvoorbeeld: 1e prijs, 1e sectie prijs, 2e prijs; Ook gingen de kinderen 1 keer per jaar met een zondagsschoolreisje naar een pretpark of dierentuin.

 

Mijn vroegste herinnering aan de zondagsschool is het klasje waar, door middel van een flanelbord  ons over de liefde van Jezus werd verteld. Ik wou graag bij de Heer Jezus horen en werd "Jongsoldaat"

 

 

 

 

Jongsoldatenles is een soort catechisatie voor kinderen tot 12 jaar dat plaats vond op onze vrije woensdagmiddag tussen  plm. 3 en 4 uur in de korpszaal (kerkzaal) van het Leger des Heils a/d Moesstraat.

De korpsofficier (voorganger) woonde vroeger vaak boven de korpszaal; maar in de Moesstraat was dit niet het geval.

Daar woonde zuster Pietje ter Borg boven het Leger des Heils; zij was Heilssoldate (belijdend lid) van het korps Groningen Congreszaal.

Als je als kind van een jaar of tien te vroeg bij de korpszaal komt en de deur is nog op slot dan bedenk je spelletjes zoals tikkertje of verstoppertje en dan is het portiek van de bovenbuurvrouw een welkome schuilplaats.

Maar zuster Pietje terBorg had een hekel aan spelende kinderen in haar portiek. Zonder een waarschuwing van haar kant werd ons een emmer water toegegooid . Dit gebeurde menig maal; wij hielden er bij voorbaat al rekening mee en hadden schik, zij had een rot "kwartiertje"  en was blij als het drie uur was en wij naar binnen mochten.

 

 

Korpskadet

Ook werd ik Korpskadet;  Op onderstaande foto de korpskadetten van Groningen Congreszaal

 

 

van links naar rechts:

Giny Jagersma, Thea Vos, Alie Spijker, Arenda Rozenboom, ik, Greet Vos, Abel jagersma, Albert v/d oever, Atze Pheifer , Johan Staal, Jan v/d Oever

achter de piano Lientje Krommenhoek 

 korpskadettenleider en dirigent  Jan Huizinga 

Leger des Heils padvinderij


  Leger des Heils Congreszaal Ebbingestraat 5, Groningen

(gebouw m/d glazen pui en ronde bovenraam)

 

Door middel van de "Leger des Heils padvinderij was ik in aanraking gekomen met het voormalig Leger des Heils korps Groningen Congreszaal. De padvindsters bijeenkomsten werden gehouden in een school aan de Violenstraat.

 De "Padvindsterstroep"  en in het bijzonder leidster Minke Koopmans, waren in die tijd erg belangrijk voor mij. Zij was een innemend iemand  die de jeugd aan zich wist te binden en vasthield door soms kind met de kinderen te zijn.

Ons uniform bestond uit een donkerblauwe rok en een licht blauwe blouse, een donker blauwe muts (schuitje) en een blauwe driehoekige das . Er werd ook een wit fluitenkoord gedragen, die we zelf moesten vlechten en waarin verschillende knopen verwerkt waren

De padvindersbeweging werd in 1908 opgericht door een officier van de cavalerie, "Lord Baden Powell" en was in eerste instantie alleen voor jongens bedoeld. Omdat er ook veel meisjes geïnteresseerd waren werd later de "Girls- Guides" (gidsen) opgericht. In 1910 kwam de padvinderij naar Nederland en verschenen overal in het land Padvinderstroepen.

In 1922 werd de "Leger des Heils Padvindersbond" opgericht in Amsterdam. Dit was geen onafhankelijke bond maar een onderdeel van het Leger des Heils. Om lid te worden van deze padvindersgroepering was het niet verplicht om lid te zijn van het Leger des Heils. De doelstelling was om de jeugd via de padvinderij met het evangelie in aanraking te brengen, daarom waren de padvinders wel verplicht om 1 x in de maand een Leger des Heils samenkomst te bezoeken.

Het motto was niet "Wees Paraat" of "Wees Bereid" zoals bij de "N.P.V." maar "Redden en Dienen" .

Bij de Leger des Heils padvinders waren de kleuren v/h uniform grijs en rood. 


In 1937 werd tussen het Leger des Heils en het "NPV" en "NPG" een overeenkomst gesloten tot samenwerking.
Voor de Leger des Heilsgroepen hield dit in dat o.a. het uniform moest worden aangepast.
In 1948 werd de samenwerking tussen de drie verenigingen omgezet in een samenvoeging.

Na de fusie van 1973 met de oude verenigingen: Nederlandse Padvinders, Katholieke Verkenners, Nederlands Meisjes Gilde, en de Nederlandse Gidsen Beweging werd "Scouting Nederland" gevormd en werd het uniform drastisch veranderd.

 

 

Toen ik een jaar of twaalf was, verhuisden we naar omgeving Friesestraatweg. Mijn ouders waren er blij mee maar ik wat minder, daar ik naar de "Prinses Juliana Huishoudschool" zou gaan; vlak bij onze vorig huis. Van de directrice, Mevrouw Noordzij,  mocht er op school geen lange broek gedragen worden. Je moest je omkleden in de garderobe. Tegenwoordig zou dit ondenkbaar zijn want wie draagt er nu geen jeans.